"Wat blijft er eigenlijk over van al dat theater?"
Wolf Wolf veroverde een herkenbare plek in het Vlaamse theaterlandschap. Voor hun nieuwe voorstelling Nooit Nooit werken ze voor het eerst onder de vleugels van NTGent. Een gesprek met Imke Mol en Gilles Pollak over het ontstaan van het gezelschap, het collectieve maakproces en de stap naar een groot huis.
Hoe hebben jullie elkaar eigenlijk gevonden?
Imke: “Gilles en ik leerden elkaar kennen tijdens de toelatingsproeven aan het conservatorium van Antwerpen.”
Gilles: “Toen dacht ik nog dat ik speler wilde worden (lacht). Uiteindelijk ben ik podiumtechnieken gaan studeren aan het RITCS in Brussel en daarna scenografie in Utrecht.”
Imke: “Ik kwam uiteindelijk in Gent terecht, op het KASK, waar ik Mitch, Flor en Naomi leerde kennen. Who’s Afraid of Virginia Woolf? was onze afstudeervoorstelling – en van daaruit is het eigenlijk nooit meer gestopt.”
Gilles: “We kenden elkaar al een beetje via gezamenlijke projecten en vrienden. Toen ik hoorde dat zij Who’s Afraid gingen maken, ben ik daarbij gestapt. Vanaf dan was het eigenlijk vanzelfsprekend dat we verder zouden samenwerken.”
Imke: “We delen een gezamenlijke smaak voor werk dat zich ergens tussen fictie en realiteit afspeelt, zonder dat het meta-theater wordt. We tonen niet ‘Imke en Gilles die doen alsof ze spelen’, maar blijven altijd binnen een fictieve wereld waarin dat spanningsveld tussen echt en gespeeld voelbaar is.”
Voor Nooit Nooit vertrekken jullie niet van één tekst, maar van een archief.
Imke: “Ja, dat is nieuw voor ons. In het verleden vertrokken we vanuit bestaand materiaal – een toneeltekst, film of boek – en vertaalden dat naar vandaag. Deze keer werken we vanuit de plek waar al dat materiaal ligt: het theaterarchief. Wat doe je met wat daar ligt te verstoffen? En wat zegt dat over de verhalen die bewaard blijven – en die vergeten worden?”
Gilles: “In het begin dachten we aan Nimmerland – een verwijzing naar Peter Pan. Dat leek een logische ingang, ook omdat Peter Pan een iconische productie was in de geschiedenis van NTGent. Maar al snel voelden we dat we niet letterlijk dat verhaal wilden aanraken. Het is zo’n klassieker dat de verwachtingen te groot zouden zijn, en wij wilden juist iets nieuws maken vanuit dat archief. De titel werd Nooit Nooit, en de voorstelling is stilaan iets heel eigen geworden.”
Hoe verloopt het creatieproces bij jullie?
Imke: ”Alles gebeurt democratisch. Iedereen brengt ideeën aan, en we stemmen met het gevoel. Er is geen vaste regisseur of schrijver. Dat maakt het soms ingewikkeld, maar ook rijk.”
Gilles: “Ja, we hebben allemaal onze plek. Naomi en Mitch schrijven snel, Imke zoekt dramaturgisch naar lijnen, Flor kijkt vanop de vloer of iets klopt, en ik denk meer vanuit beeld, licht en decor. Het werkt omdat iedereen anders denkt.”
Dat klinkt harmonieus, maar botsen jullie nooit?
Imke: “Natuurlijk wel (lacht). Collectief werken betekent ook dat je je voortdurend kwetsbaar opstelt. Iemand moet op een bepaald moment durven zeggen: ‘dit klopt niet’. Dat kan schuren, maar het is ook wat het beter maakt.”
Gilles: “En er is altijd dat moment dat je denkt: ‘ik ben geniaal’ – tot iemand anders dat ook denkt (lacht). Maar net daardoor groeit iets voorbij je eigen idee.”
Jullie werk wordt vaak geprezen om de sterke visuele laag. Komt dat door jouw rol als scenograaf, Gilles?
Gilles: “Misschien wel, maar het ontstaat vooral omdat ik vanaf het eerste moment meewerk. Bij veel gezelschappen komt de scenografie pas later, bij ons groeit ze parallel met de tekst. Decor en spel beïnvloeden elkaar constant. Dat geeft een soort symbiose die voor ons vanzelfsprekend voelt.”
Voor het eerst werken jullie nu binnen een grote structuur, bij NTGent. Hoe is dat?
Gilles: “Heerlijk, eerlijk gezegd. We hoeven niet meer zelf te bellen, te bestellen, te sleuren met decor... Alles wordt opgevolgd, waardoor wij ons volledig op de artistieke kant kunnen richten.”
Imke: ”Tegelijk vraagt het ook aanpassing. Er zijn productie- en decorvergaderingen, planningen, deadlines. Dat is nieuw, maar ook geruststellend. Er is een team dat meedenkt, en dat voelt als een luxe.”
Jullie werkten al samen met jonge spelers, maar ook met ervaren acteurs. Voor Nooit Nooit is dat is Fabrice Delecluse.
Imke: “Klopt. We wilden bewust iemand van een andere generatie. Fabrice heeft een geschiedenis bij NTGent, en we kennen hem nog van het KASK. Het is fijn om met iemand te werken die die hele traditie kent, terwijl wij vanuit iets nieuws vertrekken.”
Gilles: “En bij ons hoort iedereen die meewerkt meteen tot het collectief. Fabrice beslist en zoekt mee. Dat is belangrijk: iedereen heeft evenveel te zeggen.”
Jullie voorstellingen zijn ook altijd geschikt voor adolescenten, maar jullie nemen hen nooit licht. Is dat een bewuste keuze?
Imke: “Absoluut. Adolescenten zijn geen makkelijk publiek, integendeel. Ze voelen meteen of iets oprecht is. We willen verhalen vertellen die ook voor volwassenen resoneren.”
Gilles: “Daarom werken we ook met coaches. Jan Steen begeleidt ons spel, Suze Milius is eindregisseur. Die externe blik is goud waard – zeker omdat we zelf ook allemaal op scène staan.”
Hoe ervaren jullie de stap van jong gezelschap naar het gevestigde circuit?
Imke: “We beseffen dat we geluk hebben gehad. Onze eerste voorstellingen werden goed onthaald, en dat heeft deuren geopend. Maar het blijft hard werken. Zelfs als het goed gaat, is er nooit genoeg tijd of geld.”
Gilles: “Ja, vroeger deden we alles zelf: decor bouwen, rijden, facturen betalen. Nu is er ondersteuning, maar die DIY-energie zit er nog steeds in. Dat maakt ons wie we zijn.”
Wat mogen we verwachten van Nooit Nooit?
Imke: “Een voorstelling over herinneren en vergeten, over wat theater achterlaat. Het is geen nostalgisch stuk, eerder een poging om te begrijpen waarom we blijven spelen.”
Gilles: “En misschien ook een ode aan het archief zelf – aan al die stemmen en beelden die ergens wachten tot iemand ze weer tot leven wekt.”
En wat brengt de toekomst voor Wolf Wolf?
Imke: “We hebben geen groot masterplan. Zolang het leuk blijft en we elkaar blijven uitdagen, doen we verder.”
Gilles: “Volgend jaar maken we iets bij hetpaleis. Daarna zien we wel. Ik hoop alvast dat ons verhaal een Neverending Story wordt (lacht).”