stad Antwerpen 

Schouwburg De Kern

Twee generaties op de scene

“Toen wij afstudeerden,” vertelt Jolente, “waren we slechts met een handvol jonge acteurs. Dit op een kantelmoment: plots kwamen er subsidies vrij voor jonge collectieven. Dat was nieuw. Samen met generatiegenoten zoals Fabre, Needcompany, Anne Teresa en Jan Decorte konden we op die golf surfen. Na een paar projectsubsidies kregen we al vrij snel een structurele ondersteuning. Dat was een gunstige tijd — er was ruimte, er was honger. Oude structuren moesten plaats maken voor een nieuwe vorm van theater.”

Kes knikt. “Bij ons is het het tegenovergestelde. Wij studeren met vijftien tot twintig mensen per school af, allemaal verspreid over kleine initiatieven. Iedereen probeert zijn plek te vinden, ook al zijn er geen ensembles meer waar je gewoon kunt aansluiten. Dus je moet je eigen werk creëren, of je verdwijnt. Dat is spannend, maar ook hard.”

Jolente zucht even. “Ik vind dat pijnlijk, want er zijn zoveel getalenteerde spelers die gewoon willen spelen. Vroeger kon je als jonge acteur nog ergens groeien binnen een gezelschap. Nu is dat bijna onmogelijk. We verliezen daardoor veel talent.”

EEN VELD VAN JONGE HONDEN
Toch blijft Kes optimistisch. “Het voelt soms als ellebogenwerk, maar er is ook veel solidariteit. Ik merk dat er in mijn generatie een drang is om elkaar te helpen, om verbinding te zoeken. Niet iedereen wil of kan de ondernemer zijn die zijn eigen projecten opzet, maar ik probeer die kant van mezelf wel te ontwikkelen.”

Dat ondernemende herkent Jolente. “Die drive om het gewoon te doén, dat herken ik van bij STAN. Wij wilden niet wachten op toestemming. Geen regisseur die het allemaal bepaalde, maar samen spelen, samen beslissen. De emancipatie van de speler, daar begon het voor ons mee.”

Kes glimlacht. “Dat herken ik heel erg. Wij hebben dat ook — de behoefte om collectief te werken, om zelf te beslissen wat we willen vertellen. Alleen is het landschap intussen veel voller geworden. Iedereen wil iets maken, en iedereen vecht om hetzelfde been.”

DE LIEFDE VOOR TEKST
Waar de jonge generatie zich vaak richting performance en interdisciplinariteit beweegt, blijft Kes uitgesproken verknocht aan tekst. “In mijn opleiding voelde ik me soms een beetje een buitenbeentje,” zegt hij. “Er was veel aandacht voor experiment, voor lichamelijkheid en conceptuele vormen. Terwijl ik dacht: ik wil gewoon spelen, personages maken, met woorden werken. Ik voelde dat ik me daarvoor moest verdedigen.”

Jolente lacht. “Dat is grappig, want dat hadden wij ook — maar dan omgekeerd. Wij moesten uitleggen waarom we zónder regisseur wilden werken. Je moet je altijd verantwoorden, denk ik, als je iets doet dat niet past binnen de mode van het moment. Maar dat scherpt je blik.”

Toch ziet Jolente het belang van die verscheidenheid. “Op het KASK waar ik nu lesgeef, zie ik hoe groot de groepen zijn, hoe divers de interesses. Dat is lastig om te begeleiden, maar ook rijk. Studenten leren van elkaar, ze komen uit totaal andere hoeken. Dat zorgt voor een levendige kruisbestuiving.”

Voor Kes kwam dat collectieve denken tot leven in Housewarming, zijn voorstelling met Anna De Graeve en Toon Acke. “We vonden elkaar in ons laatste jaar. Plots voelde ik: dit werkt. Dat was zo’n herkenning. We dachten meteen: hier willen we mee verder. Dat is het begin van een collectief.”

Jolente glimlacht trots. “Ik vind dat prachtig. Want het collectieve, dat is geen structuur, dat is een houding. Dat je elkaar scherp houdt, maar ook draagt. Bij STAN hebben we nooit hiërarchisch gewerkt, maar wel met ieders sterktes. Frank is de organisator, Damiaan kijkt naar de scenografie, ik probeer alles aan elkaar te verbinden. Iedereen heeft zijn rol. En toch beslissen we samen.”

ERFELIJKHEID EN VRIJHEID
De vraag of Kes iets van zijn moeder leerde, laat even stilte vallen. “Wat ik vooral heb meegekregen,” zegt hij dan, “is dat je theater maakt vanuit goesting. Dat je iets wil vertellen, niet omdat het moet, maar omdat het brandt. En dat je dat volhoudt, ook als het moeilijk wordt.”

“Ik hoop dat ik dat inderdaad heb kunnen meegeven,” vult Jolente aan, “want het is geen makkelijke weg, vandaag nog minder dan vroeger. Maar als ik zie hoe Kes en zijn generatie met overtuiging blijven zoeken, dan stemt me dat hoopvol.”

DE TOEKOMST IS NIET HERMETISCH
Over de toekomst van het theater is Jolente helder. “Ik wil theater maken dat voor iedereen toegankelijk is. Niet hermetisch, niet elitair. Wij spelen evengoed in een cultureel centrum als in het Kaaitheater. Het mag raken zonder uit te sluiten. Populair mag, zolang het niet plat is.”

Kes vult aan: “Dat is misschien het mooiste wat ik van thuis heb geleerd: dat kunst niet moet verbergen dat ze mensen wil raken. Theater is geen laboratorium voor ingewijden, het is een plek waar mensen samenkomen.”

Nadat Kes snel naar een volgende afspraak rent, bedankt Jolente me hartelijk. Hoewel ze elkaar bijna dagelijks spreken, zijn momenten om een gesprek te voeren over hun gedeelde liefde voor het vak eerder zeldzaam. Fijn dat we bij dat we dat kleine, maar waardevolle moment mochten zijn.

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje