"Schijnbaar moeiteloos meesterschap"
Een herfststorm beukt over het land wanneer pianiste Marie François en acteur Koen De Bouw op de afspraak verschijnen, tot op het moment dat ze onze artiestenfoyer betreden. De deur gaat open en… de regen luwt en zonnestralen breken door het wolkendek. Toeval? Geenszins. Een gesprek met twee heerlijke, eerlijke artiesten die meer op elkaar gelijken dan ze zelf hadden ingeschat.
Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Marie François: “Instagram. Ik ben fan van zijn werk en Koen koestert een gezonde fascinatie voor de piano.”
Koen De Bouw: “Ik herinner me een van de eerste vragen die ik je stelde: ‘Kan je de intro van New York state of mind (een liedje van Billy Joel uit 1976, nvdr) spelen en filmen?’ Achteraf dacht ik nog: wat een dwaze vraag om te stellen aan een dergelijk talent…”
Marie: “En van het een kwam het ander. Uit de berichtjes die we wisselden bleek al snel dat we een gelijkaardige fascinatie delen voor klassieke muziek. We wisselen nog steeds luistertips uit…”
Koen: “Piano heeft me altijd al gefascineerd. Toen ik veertien was, had ik een vriend die de songs van Billy Joel kon spelen. Erg bijzonder, omdat de composities van Joel voor een popmuzikant opmerkelijk complex zijn. Er gebeurt iets op het moment dat je in de buurt van een speler en zijn instrument mag vertoeven en daar met je oren, ogen en lijf getuige van kan zijn.”
Marie, we zitten hier naar aanleiding van de exclusieve opvoeringen van Le Carnaval des Animaux van Saint-Saëns, een idee dat jij uit je hoed toverde. Vertel eens...
Marie: “Nadat ik in De Kern vorig jaar een Cavaconcert speelde, geraakten we aan de praat en fantaseerden we over het idee om heel De Kern in te pakken met klassieke muziek. Als je een breed publiek wil bereiken en er een heus evenement van wil maken, wat is er dan geschikter dan Le Carnaval? Elk apart instrument stelt een diersoort voor, de contrabas is bijvoorbeeld de olifant en de klarinet de koekoek; op die manier kan je tal van mensen bereiken via de optelsom van dat gevarieerde instrumentarium. Het zijn trouwens instrumenten die je in kamermuziekverband niet vaak samen tegenkomt. Le Carnaval overstijgt de voorspelbare setting van piano, geruggensteund door een orkest. Ik kijk daar echt naar uit, om samen te spelen met vrienden en collega’s waar ik naar opkijk. Ook het feit dat ik voor een keertje niet zelf het verhaal zal vertellen op het podium, maar dat we kunnen terugvallen op een professionele verteller als Koen. Le Carnaval triggert je verbeelding op zoveel verschillende manieren. Ja, mensen gaan zich in het laatste weekend van de carnavalvakantie echt amuseren in de zaal!”
Hoe moeilijk was het om alle muzikanten bereid te vinden mee in dit project te stappen?
Marie: “Een deel van de muzikanten kende ik al langer, maar nooit eerder heb ik met één van hen samengespeeld. Dus dat blijft spannend, al kennen we elkaars werk wel natuurlijk. Voorts heb ik gepoogd een mix samen te stellen van mensen die werkelijk op de grootste podia wereldwijd hebben gestaan en stuk voor stuk uitblinken op hun instrument zoals pianiste Lily Maisky en violist Yossif Ivanov. Dergelijke namen, gekoppeld aan bijvoorbeeld een Roeland Hendrickx, een ongelooflijk klarinettist die voornamelijk in België speelt…”
Koen, lichtelijk verbaasd: “Wauw? Wat. Een. Namen. Ik hoor ze voor heteerst. Dat gaat wat worden…”
Marie: “Ik wist dat Lily Le Carnaval heel vaak heeft gespeeld. Ik dacht,ik vraag haar als eerste, want haar deelname kan anderen motiveren ook mee te doen en zo ging de bal snel en redelijk makkelijk aan het rollen. Een deel van de artiesten heb ik rechtstreeks benaderd, anderen werden door collega’s aangeraden. Het leuke was: iedereen was onmiddellijk mee. ‘Stuur die data maar door!’ Het is natuurlijk ook een erg fijne opdracht… Al blijft het echt wel een unicum om al deze namen samen te krijgen, het is nooit eerder gebeurd denk ik.”
En Koen, tot welke hoogtes stijgt jouw stressniveau, nu je dit allemaal hoort? Je staat in deze context als verteller natuurlijk ten dienste van het geheel.
Koen: “Ik ga eens kijken of ik eigenlijk wel vrij ben (lacht). Neen, ook als acteur sta ik altijd ten dienste van het verhaal. Je persoonlijkheid is uiteraard altijd aanwezig, maar je mag die niet benadrukken zodat die een schaduw werpt op het werk zelf. Ik kijk niet graag naar acteurs die uitstralen hoe goed en hoe lang ze wel niet op hun handen kunnen lopen. Ten dienste staan van een verhaal doe je met veel toewijding en vanuit je hoogste potentieel. Je brengt daarbij je eigen wereld en ervaringen mee, maar die mag je niet als uitvalsbasis beschouwen. De urgentie van het verhaal primeert altijd.”
Over urgentie gesproken: tijdens zijn leven heeft Saint-Saëns slechts één opvoering van Le Carnaval toegelaten, en dan nog wel in een private setting. Hij was bang dat de humor en lichtheid in deze compositie afbreuk zou plegen aan zijn naam en faam als componist. Ironisch natuurlijk, nu hij voornamelijk dankzij dit populaire werk nog bekendheid geniet bij een breed publiek.
Marie: “Ik geloof niet dat sérieux en toegankelijkheid haaks hoeven te staan op elkaar. Een artiest moet zijn ambacht au sérieux nemen natuurlijk, maar ik blijf zeggen dat klassieke muziek de typische vijf percent van het publiek moet overstijgen. Wat we nu als ‘deftige’, soms moeilijke muziek beschouwen, werd vroeger voor de het volk gecomponeerd. Dat mogen we nooit uit het oog verliezen. ‘Voor mensen en door mensen’, dàt kenmerkt klassieke muziek.”
Koen: “Ik sluit aan. Ik neem mijn werk au sérieux, maar niet mezelf. Ik speel nu in een sociale comedy (Groenten uit Balen, nvdr) en ook zo’n rol probeer ik terdege in te vullen, met hart en ziel. Ik zie het graag als een wisselwerking, wat er gecreëerd wordt op het podium en hoe de zaal daar op reageert. ” (Tot Marie) “Ik vind het heel straf hoe jij telkens weer contact maakt met het publiek, via jezelf en via je muziek – zo belangrijk is dat.”
Marie: “Het was van in het begin van mijn carrière een bewuste beslissing om zelf ook te communiceren met het publiek. Het blijft balanceren op een slappe koord, maar als je communicatie authentiek is en deels spontaan, dan werkt het wel.”
Koen: “Het heeft ook te maken met je grootsheid, denk ik. Het is maar bij de echte toptalenten dat je die eenvoud tegenkomt. Anderen maken het altijd complexer en moeilijker, Marie doet het tegenovergestelde, zij maakt haar werk transparant, wat ze alleen maar kan omdat dit het resultaat is van onnoemelijk veel jaren studie en toewijding. Ik noem dat ‘het schijnbare moeiteloze meesterschap’, dat je alleen bij heel grote artiesten vindt.”
Jullie spelen twee opvoeringen, een ’s avonds en een familiematinee. Verwachten jullie je aan verschillende ervaringen?
Koen: “De dynamiek in de zaal gaat verschillen.”
Marie: “Absoluut. Het is voor mij essentieel dat we ook een jong publiek voor ogen houden, klassieke muziek is er echt voor ie-de-reen. En als er dan een werk is zoals Le Carnaval dat zowel afwisseling bevat en lichtheid, humor en spanning, ja, dan moet je daar voor gaan natuurlijk. Daarom ook dat we voorafgaand aan de matinee toegankelijke workshops initiëren waarbij kinderen verschillende instrumenten echt van dichtbij kunnen ervaren.”
Wanneer is dit project geslaagd voor jullie?
Marie: “Goeie vraag. Ik vind het eigenlijk nu al geslaagd, de knopen die we hebben doorgehakt, het feit dat we er met z’n allen voor gaan.”
Koen: “Ik kan daar alleen maar aan toevoegen: stel je voor dat er toeschouwers in de zaal zitten die we dermate triggeren, dat ze besluiten zelf ook een instrument te leren spelen. Stel je voor dat we de start van een carrière mee hebben mogelijk gemaakt… In het theater heb ik het wel vaker meegemaakt, dat iemand naar een voorstelling komt kijken en zich geroepen voelt…”
Nu we hier zo samen zitten, valt het me op dat jullie een vorm van verlegenheid gemeen lijken te hebben. En toch hebben jullie allebei gekozen voor een carrière onder de spotlights. Waarom?
Koen: “De personages die ik speel zijn altijd de optelsom van mijn deelpersoonlijkheden, de goede en de minder goede kanten van wie ik ben. De magie van het theater bestaat bij de gratie van de afspraak: ‘wie op een verhoog plaatsneemt, die mag daar en dan doen en zeggen wat of zij wil.’ En wat die deelpersoonlijkheden betreft: het theater laat me toe hen te verkennen, wat ik van nature uit of binnen onze maatschappelijke normen en waarden nooit zou kunnen en willen doen.”
Marie: “Voor mij is het een manier om mijn energie te kanaliseren. Ik ben energiek van aard, altijd druk doende bezig, en op een podium mag en kan dat, daar zal niemand me negatief aanspreken over de drukte die ik soms uitstraal. Het is dus ook een vrijgeleide zoals die waar Koen het over heeft, maar eentje van een andere orde.”
Tot slot: drie korte vraagjes van Max Frisch voor jullie beiden:
Ervaar je een hond als bezit?
Koen: “Neen, neen, sowieso niet.”
Marie: “(kordaat) Neen!”
Hou je van omheinde domeinen?
Koen: “Ja, ik geloof dat het woord paradijs staat voor omheinde tuin?”
Marie: “Ik houd anders wel van een open landschap”
Koen: “Ik wil een ander antwoord geven: Ik hou het meest van een omheinde tuin die overloopt in een groter stuk natuur (lacht).”
En tot slot: verzamel je ook kunst?
Koen: (enthousiast) “Ja, graag! Maar ik ben zelf kunstenaar en dan ben je niet echt financieel in staat om kunst te verzamelen.”
Marie: “Love it! Hetzelfde antwoord hier. Ik zou het anders heel graag doen!”