De grote comedy uitverkoop
Comedyprogrammator Kristof Vancraybex over de evolutie van het genre. "Jaar na jaar zien we de snelheid stijgen waarmee comedytickets de deur uitvliegen. Na 20 jaar heeft comedy een vaste plek veroverd in elk schouwburgaanbod."
Een evolutie die in De Kern met zaadjes als Get Up Stand Up! ontstond en waarvan de zaailingen uitgroeiden tot het fenomeen wat het nu is: comedy verkoopt nog sneller dan SpaceX aandelen.
We schrijven midden juni. De verkoop van ons nieuwe cultuurseizoen is twee weken geleden gestart. Een kleine 60 procent (!) van alle comedy-tickets van het hele comedyseizoen 2026-2027 werd in deze eerste twee weken al verkocht. Dat zijn meer dan 1600 tickets die nu al, maanden op voorhand, gekocht worden voor voorstellingen die soms nog embryonaal zijn of waar nog niemand iets van zag. Waanzin.
Dat succes was er zeker niet altijd. Midden jaren 2000 begon toenmalig nieuwbakken programmator Steven Van Crombruggen aan zijn vuurdoop. Comedy programmeren was kiezen tussen een zeer beperkt aanbod: Nigel Williams, Wouter Deprez, Wim Helsen, Raf Coppens of Bert Kruismans. In 2006 waren comedians zoals Philippe Geubels, Bart Cannaerts en Michael Van Peel net begonnen, naast Jeroen Leenders. Met regelmatige bezoeken aan The Joker probeerde Steven in te schatten wie er nog niet en wie al wel klaar was voor een grote zaal. Een boeiende periode. Ook een periode waarin het broodnodig was te investeren in publieksopbouw. Begijn Le Bleu met de voorstelling ‘De Man op Het Witte Paard’ stond hier bijvoorbeeld voor 35 mensen in de zaal. Maar De Kern geloofde erin en bleven het doen. Jaar na jaar. Tot die Begijn met een of ander raar dansje op tv ineens vertrokken was voor een carrière op podia en tv-schermen.
We gaan dat blijven doen: investeren in comedy. Zo was er twee jaar geleden een nobele onbekende Rik Van Geel, die we als voorprogramma van Amelie Albrecht al eens aan het werk zagen. Hij trok zijn stoute schoenen aan en vroeg op het einde van de avond (met een kleine por van Amelie die naast hem aan de merchandise stand zat) of hij misschien eens kon komen praten over zijn eigen volavond voorstelling. Want hij was aan iets aan het werken en zocht een fijne plek om in première te gaan. Het feit dat een comedian dat doet, naar ons toestappen en zeggen: ‘jullie hebben een fijne zaal, een fantastisch publiek, … mag ik hier komen spelen’ is het grootste geschenk voor het instituut (we worden 50, weetjewel) dat we stilletjesaan zijn geworden. En ook Rik verkocht zijn zaal uit en werd warm ontvangen.
We gaan keihard blijven werken aan die nieuwe namen of de namen waarvan we denken: die hebben een publiek nodig. Zeker in het nieuwe seizoen dat er aankomt. Bijvoorbeeld door het podium te geven aan de – voor de meeste mensen - nobele onbekende Charlotte Verdick die haar sporen aan het verdienen is bij De Ideale Wereld. Of Roy Aernouts, nog zo’n artiest die verdient om nog eens in ons warm deken van gastvrijheid ontvangen te worden. Na ons gesprek met hem ter ere van ons najaarsmagazine dat in september verschijnt, weten we: dat komt helemaal goed met die voorstelling. We gaan voor een uitverkochte zaal. Want samen lachen is de beste remedie tegen al de azijn die er in de wereld wordt gesproeid."
Bekijk ook eens het volledige interview met programmatoren Kristof en Steven: