Andrew Claes en Alex Koo over InnerOort
In het nieuwe DK Magazine (najaar 2025) spraken met Andrew Claes en Alex Koo over InnerOort, de nieuwe huisband van De Kern. Het interview werd zo fijn dat we na afloop van het gesprek té veel materiaal hadden en we het hele interview onmogelijk volledig in het magazine konden zetten.
Lees hier het extra stuk van het interview, waar Andrew en Alex je meenemen in wat hun inspireert, wat zij vernieuwend vinden en nog veel meer...
Heb je het interview in het DK Magazine kan je hier terugvinden, vanaf pagina 6.
De Kern: Iedereen heeft eigenlijk een gelijk aandeel in hoe de muziek op het einde zal klinken, toch?
Andrew Claes: “Ja, dat is voor mij altijd een belangrijke factor geweest. Daarom heeft het ook zo lang geduurd voor ik aan dit project begon – je weet nooit op voorhand of het echt gaat klikken tussen de mensen. Ik ben er sterk van overtuigd dat muzikanten op hun best spelen als ze hun eigen ding kunnen doen. Zodra je begint te pleasen, boet je in aan authenticiteit. Voor mij gaat het eerder over: kies bewust met wie je speelt, kies hun sound, en geef hen vervolgens de vrijheid om hun eigen interpretatie te geven. Als ik tegen Teun zeg: “Dit is de sfeer die ik zoek, wat is jouw interpretatie daarvan?”, dan zal hij daar iets van maken dat veel krachtiger is dan wanneer ik exact zeg wat hij moet doen. En zo gaat het bij iedereen. Als ik aan Prisca vraag: “Dit is het thema – wat roept dat bij jou op?”, dan weet ik dat haar reflectie interessant zal zijn, omdat ik haar daarin vertrouw. Ik hoef haar niet te sturen.”
Welke inspiratiebronnen en ideeën liggen momenteel aan de basis van jullie muzikale richting?
Andrew: "Er zit bij mij altijd wel een vleugje Bitches Brew in – die zoektocht naar iets grensverleggend, intuïtief. De laatste tijd denk ik veel na over de functie van muziek. Kunst heeft geen specifiek doel, maar kan wel enorm betekenisvol zijn. Muziek werkt op een bijzondere manier: het verschil tussen kunst en gebruiksmuziek is vaak onduidelijk. Zo is Standard jazz voor velen achtergrondmuziek is, terwijl dat voor mij grote kunst is – dat is Chopin (lacht).
Ik ben op zoek naar het raakpunt tussen functionele muziek en muziek als kunst: muziek die kan dienen voor een specifiek doel maar tegelijkertijd iets doet met de geest, die een ervaring oproept, een bewustzijnstoestand verandert. Zoals trance in Gnawa-muziek, of sound-based improvisatie zoals bij Jon Hassell. Niet om iets na te bootsen, maar om de onderliggende ideeën te vatten: spiritualiteit, filosofie, psychologie.
Mijn inspiratie is dus vaak extra-muzikaal: Carl Jung, alchemie, astrologie… Het gaat me om de vibe, de verbinding, de betekenis achter de klanken. Mensen als John en Alice Coltrane, Flying Lotus, Georgia Anne Muldrow – ze vormen allemaal een soort spirituele muzikale familie. Ik wil muziek maken die raakt, die iets opent, bij mezelf én bij anderen."
Alex Koo: "Flying Lotus is de reden waarom ik zelf met elektronica ben begin experimenteren. 1983 was de plaat die ik heel vaak op mijn oude Nokia speelde wanneer ik naar New York verhuisde. De manier waarop hij verschillende lagen op elkaar plaatste en gebruik maakte van verschillende effecten, vond ik bijzonder inspirerend."
Wat betekent vernieuwing voor jullie in muziek?
Alex: "Voor mij draait muziek maken om diepgang. Ik gebruik vaak de metafoor van graven: sommige muzikanten blijven op veel plekken aan de oppervlakte, terwijl anderen op één plek heel diep graven, tot ze iets essentieels raken. Dat hoor je in hun muziek – de toewijding, de details, de spirituele intentie.
Vernieuwing komt voor mij niet per se uit een radicaal idee, maar uit dat diepe graven. Al zie je in de muziekscene vaak dat 'vernieuwend' meer te maken heeft met een imago of slimme marketing dan met echte diepgang. Die Britse jazzhype bijvoorbeeld – er zit veel stijl in, maar ik hoor er zelden iets écht dieps in."
Andrew: "Voor mij draait vernieuwing in muziek niet om hypes, maar om geïnspireerd raken en iets echts creëren. Ik bewonder muzikanten zoals Soft Machine, die vanuit pop vertrokken en zich lieten beïnvloeden door jazz zoals Bitches Brew of Herbie Hancock. Dat resulteerde in iets unieks – een mix van folk, elektronica en jazz.
Als je vandaag jazz standards speelt, sta je eigenlijk veel verder af van de oorspronkelijke context waarin die muziek ontstond – pakweg de jaren zestig – dan je misschien zou denken. Kijk bijvoorbeeld naar Miles Davis: stel je voor dat hij gewoon was blijven hangen in Dixieland, of alleen maar bebop, hard bop of modal jazz was blijven spelen. Dan had hij nooit echt 'jazz' gemaakt, toch? Want telkens als hij iets nieuws deed, werd dat door sommigen niet meer als jazz beschouwd. Bebop was ooit géén jazz omdat het geen New Orleans was. Modal jazz was dan weer géén jazz omdat het geen bebop was. Dus in zekere zin: als je de grenzen telkens zo strikt trekt, dan zou je kunnen zeggen dat Miles Davis nooit jazz gespeeld heeft.
Hetzelfde geldt voor Coltrane. Het viel me ineens op: die hele scene rond Coltrane werd eigenlijk niet breed aanvaard binnen de traditionele jazzwereld. A Love Supreme, bijvoorbeeld, werd net opgepikt door mensen die van Jimi Hendrix hielden – zij begonnen die platen te kopen.
Het was eigenlijk een subscene binnen de scene. Neem Elvin Jones: sommige mensen vonden hem niet echt een 'jazzdrummer'. En wat Coltrane deed – eindeloos blijven doorgaan op één akkoord – dat vonden sommigen gevaarlijk terrein. Was dat nog wel jazz?
Voor mij gaat het om de uitkomst en vooral niet om de formule. Jazz als state of mind in plaats van een afgebakend genre."
Heeft de samenstelling van het publiek een impact op de manier waarop jullie spelen?
Alex: "Het zou cool zijn om nee te zeggen (lacht), maar het heeft toch wel een impact."
Andrew: "Onbewust speelt het publiek toch een rol, al wil ik daar liever niet bewust mee bezig zijn. Ik vertrek van een soort universaliteit: het maakt niet uit hoe oud je bent of waar je vandaan komt – het gaat erom hoe open je staat voor wat wij brengen, voor de vibratie van de muziek.
Bij optredens merk je dat ook: oudere mensen herkennen in ons soms het gevoel van een echte band, zoals Led Zeppelin, iets wat zeldzaam werd vanaf de jaren '90 met de opkomst van DJ's en productbands. Jongere mensen vinden dan weer aansluiting via elektronische invloeden.
Uiteindelijk is ons doelpubliek iedereen die muziek niet puur als consumptie ziet, maar bereid is om zich ervoor open te stellen. Dat staat niet op iemands gezicht geschreven, en daarom is het moeilijk te vatten in klassieke doelgroepen of PR-strategieën. Muziekliefhebbers komen in alle vormen: ik hou net zo goed van het Elisabethconcours als van Gnawa-jazz, meditatiemuziek of kermisplaten. Voor mij draait het om echte nieuwsgierigheid en passie, ongeacht genre of stijl."
Zijn er bepaalde opportuniteiten om muzikaal iets te doen dat je ervoor nog niet hebt gedaan?
Alex: "Altijd wel, hè? Bij elke samenwerking. Dat zit gewoon in mijn mentaliteit – en ik denk ook in die van jou. Elke keer als je met iemand speelt, of zelfs als je gewoon wakker wordt op een andere plek en begint te spelen, ontstaat er een nieuwe kans om iets anders, iets nieuws te proberen.
Wat ik fijn vind aan een nieuw project, is dat je in een nieuwe combinatie van mensen terechtkomt. Dat geeft meteen een andere energie. Tegelijk kan het ook waardevol zijn om juist lang met dezelfde mensen te spelen. Dan ontwikkel je op een andere manier diepgang, een soort verwevenheid. Dat hoeft niet altijd via iets nieuws of een ander muzikaal element te komen – dat kan ook gewoon ontstaan door wie je bent, wat je meebrengt.
Wat ik wel belangrijk vind: elke keer dat je samenspeelt, probeer je niet zomaar een eerder moment te herhalen. Je zoekt eerder naar een soort nieuw ‘snoepje’ dat iemand inbrengt, en dan bouw je daarop verder."
Andrew: "Ja, dat herken ik wel. Voor mij voelt elke nieuwe samenwerking ook een beetje als de eerste keer. Het idee van ‘leider zijn’ binnen een project ligt mij eerlijk gezegd wat moeilijk. Maar ik begin wel te voelen dat leiderschap ook iets anders kan betekenen – bijvoorbeeld dat je mensen net uitnodigt om helemaal zichzelf te zijn, en dat je hen daarin stimuleert en ondersteunt. Dat je respect toont voor wie ze zijn, door er eigenlijk zo weinig mogelijk tussen te komen.
Wat voor mij nieuw is, is dat ik de laatste tijd ook bezig ben met muziek als een soort therapie. Thuis experimenteer ik bijvoorbeeld met spanningen of frustraties die ik letterlijk opneem – geluiden die voortkomen uit die gevoelens – en die ik dan via een loopstation probeer te harmoniseren. Dat is geen muziek in de klassieke zin, eerder een magische of rituele praktijk. Maar het helpt me.
En wat ik nu meemaak, is dat die persoonlijke, bijna therapeutische benadering ineens samenkomt met het artistieke. Bijvoorbeeld met het idee van een ligconcert: mensen komen liggen en luisteren, maar wat is dat dan eigenlijk? Is het kunst? Meditatie? Therapie? Een innerlijke reis?
Voor mij zit daar de spanning die ik interessant vind: tussen muziek als functie en muziek als kunst. En net dat maakt dit project zo’n mooie opportuniteit. Ik krijg de kans om met kunstenaars te werken die muzikaliteit en kunst serieus nemen, maar ook openstaan voor andere vormen. Dat alles samenbrengen – dat is voor mij echt nieuw. Vroeger hield ik dat meer gescheiden: pop, kunst, therapie. Nu mag dat door elkaar lopen. En dat vind ik ongelooflijk boeiend."
Wat maakt iemand eigenlijk een muzikant of een kunstenaar?
Andrew: "Niet elke muzikant is automatisch een kunstenaar. Muziek maken is voor veel mensen ook gewoon een vak. Maar wat mij boeit, is wanneer iemand zich bezighoudt met wat er leeft in de wereld, met wat er gevoeld wordt.
En vandaag is mentale gezondheid zo’n belangrijk thema. Het is echt een probleem waar we allemaal mee geconfronteerd worden, op veel niveaus. En daar zie ik een rol voor ons als muzikanten. Muziek heeft iets helends. Het kan mensen even doen ontsnappen aan hun zorgen, of het gevoel geven dat ze niet alleen zijn. Dat iemand hen begrijpt – gewoon via een klank of een akkoord.
En dat raakt me, want ik voel al lang dat er iets broeit onder de oppervlakte. Ik zie het in mijn omgeving, ik voel het ook zelf. En dan denk ik: ja, hier kunnen wij echt een meerwaarde bieden. We kunnen helpen verzachten. En tegelijk zorgt het er ook voor dat we zelf mentaal gezond blijven. Dat is eigenlijk een win-winsituatie, voor muzikant én publiek.
Maar je moet wel goed begrijpen: als je alleen voor het publiek speelt, dan wordt het functionele muziek. Dan lijkt het alsof je een therapeutische sessie aan het geven bent, zoals een psycholoog die luistert. En ja, dat kan zeker waardevol zijn. Maar hier, in dit project, vervagen die grenzen een beetje. Ik kan hier ook mijn verhaal vertellen, reageren op wat er bij de ander leeft. Dat maakt het bijzonder."
Omdat die zogenaamde functionele muziek vaak wordt weggezet als new age of iets dat niet serieus genomen wordt als kunst.
Andrew: "Voilà, dat is het net. Functionele muziek wordt vaak niet gezien als ‘echte’ muziek. Maar ik vind juist het spanningsveld tussen kunstmuziek en functionele muziek interessant. Daar zit voor mij iets nieuws.
Ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan een project dat Antenna heette, bij De Veerman in Berchem. Dat was samen met iemand die een soort psychologische begeleiding deed tijdens de sessie. Mensen kwamen daar echt om te trippen, met dekentjes en al. Ze gingen liggen, ogen dicht, en dan begon ik muziek te spelen.
Dat was gebaseerd op binaural beats – dus wel met een soort wetenschappelijke onderlaag – waarbij je inspeelt op bepaalde hersengolven. Van daaruit begon ik te improviseren. Het doel was niet om kunst te maken, maar om een innerlijke reis te ondersteunen.
Tijdens het check-out-gesprek nadien stond ik soms echt versteld van wat er bij mensen loskwam. Oude pijnen, verdriet om overleden nabestaanden ... Ze kwamen daar echt om naar binnen te keren, en ik hielp dat proces door klank toe te voegen.
Maar vanaf het moment dat ik daar bijvoorbeeld jazz zou beginnen spelen, vertel ík mijn verhaal. En dat is net niet de bedoeling in zo’n context. Dan ben ik niet meer aan het begeleiden, maar aan het performen. En dat verschil is cruciaal.
New age-muziek wordt vaak muzikaal niet zo diepgaand gevonden, maar dat hoeft ook niet. Het is puur functioneel, gericht op het losweken van emoties. Je zou het bijna geen muziek meer noemen. En toch: zelfs als je jazz speelt, zit daar ook een therapeutische kracht in. Dus die lijnen zijn niet zwart-wit. Alles loopt eigenlijk door elkaar."