Achter de magie schuilt ambacht
Tijdens FlikFlak arriveert het Antwerpse gezelschap Post uit Hessdalen op de Bist. Ze parkeren er een indrukwekkende vrachtwagen die tegelijk decor, theaterzaal en technische installatie is. Met Ballroom creëren Stijn Grupping en Ine Van Baelen een universum waarin botsballen, beton en optische magie samenkomen.
Stijn studeerde film en leerde zichzelf jongleren. Ine studeerde theaterwetenschappen. Samen richtten ze Post uit Hessdalen op, waar circus, beeldende kunst en theater elkaar ontmoeten.
Jullie komen naar FlikFlak met een behoorlijk indrukwekkende vrachtwagen. Waarom is dat?
Stijn Grupping: “Eigenlijk brengen wij onze eigen theaterzaal mee. Alles zit erin: het decor, de tribune, de techniek, de lichtinstallatie. Als we ergens aankomen, spelen we altijd in exact dezelfde omstandigheden. Voor Ballroom is dat belangrijk, want wij werken met heel precieze jongleerpatronen. Een paar millimeter verschil kan al gevolgen hebben.”
Wie de vrachtwagen voor het eerst ziet, begrijpt meteen waarom niet elk dorpsplein geschikt is.
Stijn: “Alleen al ergens geraken is soms een avontuur. In historische stadscentra zijn straten vaak te smal of bochten te scherp. Onze vrachtwagen is een stuk groter dan de truck waarmee we eerder rondreisden voor Pakman. Gelukkig beschikken we over een gespecialiseerde vrachtwagengps die rekening houdt met hoogte, gewicht en draaicirkels. Maar eenmaal aangekomen, staat alles verrassend snel recht.”
Die vrachtwagen is dus meer dan een praktisch transportmiddel?
“Absoluut. Het idee is gegroeid vanuit de voorstelling zelf. Ik werk graag met de volledige ruimte: muren, plafond, diepte. Op een bepaald moment werd het logischer om mensen uit te nodigen in onze ruimte dan om telkens opnieuw een decor op te bouwen in een theaterzaal.”
Zoals het rondreizende circus van vroeger.
“Zo zien we dat ja. Je komt ergens aan, bouwt een wereld op, speelt een paar dagen en verdwijnt weer. Bovendien merken we dat sommige mensen makkelijker een vrachtwagen binnenstappen dan een theatergebouw. Daardoor bereiken we soms ook een publiek dat anders niet zo snel naar circus of theater komt.”
Jullie reizen ondertussen door heel Europa. En niet alleen met z’n tweeën.
Ine Van Baelen: “Nee, onze twee kinderen reizen mee. Dat was een heel bewuste keuze. Toen duidelijk werd hoeveel we zouden spelen, beseften we dat we anders voortdurend gescheiden zouden leven. Natuurlijk vraagt dat veel organisatie, maar het levert ook iets bijzonders op. We brengen ontzettend veel tijd samen door.”
Hoe beleven zij dat leven onderweg?
“Voor hen is dit eigenlijk normaal. Ze weten wel dat hun leven anders is dan dat van veel leeftijdsgenootjes, maar ze vinden het nu vanzelfsprekend. Ze zien veel voorstellingen, ontmoeten allerlei artiesten en ontdekken voortdurend nieuwe plekken. De oudste (8 jaar, nvdr.) beseft al meer hoe bijzonder dat is. De jongste (5 jaar, ndvr.) beslist ongeveer op elke nieuwe plek dat hij daar voor altijd wil blijven wonen (lacht).”
Jullie vorige voorstelling Pakman werd een groot succes. Is Ballroom daar een logisch vervolg op?
Stijn: “Op een bepaalde manier wel. In Pakman gebruikten we de botsballen heel ritmisch, op het ritme van de livemuziek. Voor Ballroom wilden we net weg van die ritmiek. We wilden focussen op lijnen, beweging en beeld. Vandaar ook de keuze voor beton als belangrijk materiaal. Dat dempt de klank van de ballen waardoor het visuele meer naar voren komt.”
Veel mensen zullen zich tijdens de voorstelling afvragen: hoe dóét hij dat?
“Dat is waarschijnlijk de vraag die we het vaakst krijgen. En eerlijk gezegd vind ik het ook fijn dat niet alles meteen verklaard wordt. Een deel van de magie mag blijven bestaan. Mensen vergeten soms hoeveel ambacht daarachter zit. Zelfs als je weet hoe iets technisch werkt, moet je het nog altijd kunnen uitvoeren.”
Dat ambacht gaat verrassend ver, want de ballen moeten exact de juiste zijn.
“Ja. We werken met speciale botsballen die met de hand gemaakt worden. Onlangs werd er ingebroken in onze vrachtwagen en werden die gestolen. Waarom iemand daarmee aan de haal gaat, weten we nog altijd niet (lacht).”
“Maar voor ons was dat een ramp. De nieuwe ballen die we bestelden leken zeer identiek. Toch bleek dat ze net iets anders reageerden. Het verschil bedroeg amper drie procent in hun botsgedrag, maar daardoor kwamen bepaalde patronen niet meer uit. Dat toont hoe gevoelig alles is.”
Een bal is niet zomaar een bal met andere woorden?
“Absoluut niet. Soms moet een nieuwe bal zelfs eerst een tijdje gebruikt worden voor hij goed wordt. Het klinkt absurd, maar af en toe moet een bal eerst een beetje kwaliteit verliezen om precies juist te reageren.”
Jullie spreken vaak over magie. Maar eigenlijk gaat het ook heel erg over discipline.
“Ja. Mensen zien de verwondering, maar daarachter zitten jaren oefenen. Heel veel herhalen. Testen. Mislukken. Opnieuw proberen. Circus is vooral heel veel tijd investeren in iets waar je gepassioneerd door bent.”
Welke vraag krijgen jullie van kinderen het vaakst na een voorstelling?
Ine: “Hoe het werkt (lacht).”
Stijn: “Altijd. Bij schoolvoorstellingen doen we vaak een nagesprek en dan willen kinderen weten hoe die ballen bewegen of hoe bepaalde effecten mogelijk zijn. Dat is natuurlijk logisch.”
Maar de geheimen geef je niet prijs?
“Niet echt. Ik vind het belangrijk dat er een stukje magie blijft bestaan. Mensen weten meestal wel dat er een techniek achter zit, maar vergeten vaak hoeveel je ermee bezig bent. Ik vergelijk het met een muziekinstrument leren spelen. Je wordt niet zomaar goed in jongleren. Dat vraagt tijd, discipline en heel veel oefenen. Ik ben daar daar jong mee begonnen en ben er eigenlijk nooit mee gestopt.”
Dus talent alleen volstaat niet?
“Nee. Aanleg helpt misschien, maar uiteindelijk gaat het vooral over blijven oefenen omdat je er passie voor voelt. Dat geldt niet alleen voor circus. Dat kan evengoed muziek, sport of iets anders zijn. Als je ergens echt door gebeten bent, dan steek je daar vanzelf veel tijd in.”