"Lekker, warm én thuis"
Wilrijks schepen voor cultuur Hans Ides in een enthousiast gesprek met theaterfenomeen Nico Sturm. Over nostalgisch dwalen doorheen de straten van je jeugd, het belang van lekker eten, en het hartverwarmende gevoel thuis te komen.
Hans Ides: “Beste Nico, je bent geboren en getogen hier enkele straten verder. Wat is je vroegste herinnering aan cultureel centrum De Kern? Ik zal er meteen aan toevoegen, de mijne beslaat ‘vijftig tinten bruin’. We wandelden hier als jonge leerlingen in klas naartoe en keken onze ogen uit naar de ruimtes in dat statige gebouw waar alles bruin en beige was: muren, vloeren, plafonds…’
Nico Sturm: “Ik moet eerlijk zijn: omdat ik bijna letterlijk ben opgegroeid in het DION Theater hier vlakbij, spelen zich daar mijn vroegste theaterherinneringen af. Het prachtige gebouw in die oude cinema, het zaaltje beneden met de rode fluwelen stoelen en het zaaltje boven in blauw, ik ben er zo goed als opgegroeid, voor zowel als achter de schermen. Mijn vader deed er het licht en ik herinner me levendig de ruimtes achteraan waar decors werden bewaard, de loges voor grime en make-up, de geur van de niet-gewassen sponskes waar laag op laag schmink aan werd toegevoegd, de poeierdozen – dààr is de romantiek van het theater binnengekomen. En ook in Antwerpen, in HETPALEIS, het toenmalige Koninklijk Jeugdtheater. Die grote zaal met de impressionante scène, de vele sprookjesvoorstellingen met grote decors en weelderige outfits – véél indruk maakten die op mij. De Kern in die tijd, eerlijk? Die zit minder in mijn geheugen gegrift. Maar die bruintinten, ja, die herinner ik me ook wel. Je kwam hier binnen als in een sigarendoos. Met de patine van rook in de muren en huiselijke tapijten.”
H. I.: “Wat is dan je eerste actieve herinnering in of aan De Kern?”
N. S.: “Dat moet dateren uit mijn vroege jaren als actief speler. Er trad hier een nieuwe personeelsgeneratie aan en die daagde mij uit om mijn Wilrijks geheugen opnieuw te doorploegen. Het is een markante vaststelling: op het moment dat ik Wilrijk definitief verliet en verhuisde naar Antwerpen, werd het kostbare bewustzijn van het opgroeien in Wilrijk mede door De Kern geactiveerd. Ik werd uitgedaagd om jeugdherinneringen naar boven te halen, die onmetelijke vergaarbak aan verhalen en inspiratie, en om met dat materiaal artistiek aan de slag te gaan. We hebben dat gedaan hier in de schouwburg maar ook op locatie. Ik moet denken aan ‘Soms ben ik het vergeten’, de voorstelling die we speelden in de tuin van de pastorie Sint-Bavo met het prachtige park als decor. Samen met Liesje (De Backer nvdr.), mijn vrouw, heb ik in de aanloop naar die voorstelling verschillende gesprekken gevoerd met oude Wilrijkenaren, over de kruispunten in een mensenleven en de keuzes die je op zo’n momenten moet maken. Een erg inspirerende en troostrijke ervaring was dat, het kwam er immers op neer dat elke deelnemer vertelde al bij al vrede te hebben met de keuzes die ze eerder hadden gemaakt. Een geruststellende gedachte.
Vanaf dat moment is De Kern voor mij een veilige haven geworden waarin ik veel persoonlijker kan zijn dan wanneer ik op de planken sta in pakweg de Bourla of de KVS. Dit is echt een thuis geworden voor mij.”
H.I.: “Is dit huis van belang geweest voor de ontwikkeling van je carrière?”
N.S.: “Zeker. Ik werd hier gestimuleerd om dingen te maken, om te geloven dat ik ook kon schrijven en vertellen en niet alleen een uitvoerend auteur was. Ik werd en word nog altijd door dit huis in dat geloof gestimuleerd.”
H.I.: “En het publiek? Is dat hier ook anders dan op andere plekken?”
N.S.: “Zeker! De helft van de gezichten ken ik persoonlijk en de hele zaal kent mijn moeder. (lacht) Het blijft een soort van woonkamergevoel, de bruine zetels en het gebloemde papier aan de muren is dan wel weg, de patine schuilt nu in de gedeelde herinneringen en ervaringen. Het doet denken aan de bonte avonden vroeger op kamp of de sketches die we speelden op familiefeesten. Er gaat een groot gevoel van veiligheid en dus ook van vrijheid gepaard met theater dat je kan spelen onder mekaar. Het is exact dàt gevoel dat ik ervaar als ik op dit podium sta. Ik durf hier dingen te doen die ik elders niet zou durven doen, ik durf me hier, in mijn Wilrijk, meer bloot te geven.
(denkt na) “Het heeft te maken met deze plek en de mate van vertrouwdheid die ik hier ervaar maar ook met de uitdagingen die men mij hier stelt. Ik heb hier vertelavonden gespeeld over afscheid en rouw, zonder begin midden of einde, gewoon omdat men hier zei: ‘Doe maar. Prikkel de mensen maar eens op een andere manier.’ De Kern is voor mij én een thuis én een laboratorium.”
H.I.: “Kom je hier soms ook kijken naar voorstellingen?”
N.S. “Als ik zou kunnen, direct, dat meen ik oprecht! Het is hier een gezellige plek, bij wijze van spreken van een dor districtstuintje uitgegroeid tot een weelderig park waar je naar het je zint in de schaduw kan zitten of wat zonlicht kan meepakken. Ook de diverse, gulzige programmatie draagt daar natuurlijk toe bij. Je kan hier elke week mooie dingen komen kijken. Maar ik kan dat niet, gezien mijn eigen functie bij Tutti Fratelli (Nico is er artistiek leider, nvdr) die elke week vele avonden in beslag neemt. En ja (lacht), dan ben ik jaloers op mijn moeder en zus die hier vaak komen kijken naar theater, of een film meepikken, of een concertje. Ik hoor ze daar dan steeds over uit natuurlijk. Dus ja, wie weet. Ooit eindig ik hier in een appartementje en dan moet ik ’s avonds maar opstaan uit mijn zetel, naar De Kern sloffen om hier dan op de tribune verder te slapen…”
H.I. “Zeg eens, als ik De Kern zeg, aan welke drie begrippen denk jij dan eerst?”
N. S. (Zonder haperen) “Lekker. Warm. Thuis.”
H.I. “Mooi! Dat ‘lekker’ hoor ik ook echt overal. Dat De Kern zijn artiesten verzorgt, dat is algemeen geweten.”
N.S.: “Liefde gaat door de maag, er bestaat geen mooiere manier van welkom heten. Samen eten is sowieso belangrijk in het leven, ook bij Tutti Fratelli koken vrijwilligers vers, in de aanloop naar elke repetitie. Het is echt uitzonderlijk, de wijze waarop De Kern de dingen au sérieux neemt en alles op een warme, liefdevolle manier professioneler maakt. Zoals vele cc’s zou je kunnen opteren voor een cateraar die zijn warme bakken laat pruttelen. Dan kan je aan artiesten uitgedroogde zalm en ziekenhuispuree voorschotelen… Je wordt daar niet vrolijk van en energie schenkt het niet. Mensen vergeten soms dat spelers ook een gewoon leven leiden. Overdag geven ze les of spartelen ze zich door vergaderingen, ze gaan nu en dan door moeilijke periodes zoals iedereen. Maar ’s avonds moet je er staan. Het is belangrijk dat je die knop kan omdraaien en bvb. door een goeie ontvangst en lekker eten wordt klaargestoomd om zo goed mogelijk te spelen.”
H.I.: “Ik heb zelf ook de oefening gemaakt en kwam alvast op één identiek woord, ‘warm’. Dat zal geen toeval zijn. Mijn andere begrippen zijn ‘ingebed’ in het DNA van Wilrijk en ook ‘open’. Ingebed bijvoorbeeld door de vele voorstellingen die hier aan Wilrijkse scholen worden aangeboden, ik merk aan mijn eigen kinderen een grote mate van vertrouwdheid met dit gebouw. En het open huis dat De Kern vandaag is, het staat in schril contrast met mijn eigen ervaringen vroeger. Het is erg fijn om zo’n uitnodigende plek te hebben pal in het centrum. Neem alleen al de automatische deuren die je welkom heten, vroeger moest je altijd trekken en duwen, moeite doen om hier een voet binnen te zetten. We zijn er in geslaagd om vele drempels weg te werken. Ik word oprecht blij als ik denk hoeveel meer open we zijn geworden in vergelijking met vroeger. Ontmoeting is hier geen hol begrip, als je denkt aan de tientallen bezoekers die, zoals je moeder, hier met de regelmaat van de klok naar voorstellingen of films komen kijken, zonder overdrijven kan je stellen dat De Kern vele levens kleur geeft, hoe schoon is dat?”
N.S. (op dreef) “Ik ben blij dat je schoolvoorstellingen aanhaalt. Het is zo belangrijk dat we die blijven aanbieden, ze zijn van levensbelang! We moeten in prille mensenlevens creativiteit en verbeelding stimuleren omdat iedereen die skills later in elke job, in elk engagement nodig heeft. Het komt neer op de kunst jezelf te verplaatsen in een ander. Alleen met jezelf bezig zijn, maakt elk fundamenteel gesprek, elke manier van vernieuwing onmogelijk. Het blijft een interessante boutade van Einstein: ‘Logica brengt je van punt A naar punt B. Verbeelding brengt je overal.’ We moeten met z’n allen onze breinen op andere manieren durven gebruiken.”
H.I. “Heeft de rol die je nu hebt als coördinator van een gezelschap op een andere manier naar deze thema’s doen kijken?”
N.S.: “Ja, misschien nog bewuster en actiever. Ik werk met mensen die het moeilijk hebben in het leven en in tijden van stijgende nood zijn dat urgente zaken natuurlijk. Het maakt je bewuster van wat we kunnen doen op een podium. Het onverwacht vroege heengaan van Reinhilde Decleir heeft alles in een stroomversnelling geplaatst, maar als ik terugkijk naar die periode dan moet ik toegeven dat ik op een punt was beland dat ik me afvroeg ‘welke verhalen wil ik nog vertellen en met wie, welke teksten wil ik nog gebruiken? Ik wilde niet in een eindeloze herhaling vallen van ‘welke nieuwe tournee gaan we aanbieden aan de cc’s want er moet brood op de plank… Ik was op een punt gekomen dat ik het theater wel wat had doorgrond, met alle verhalen en plekken die ermee gepaard gaan. Het begon een opdracht te worden om de zinvolheid ervan in stand te houden, daar waar zinvolheid bij Tutti Fratelli natuurlijk centraal staat in elk facet van onze werking. Als ik nu nog eens een klein uitstapje maak naar het theater of een filmset, dan besef ik onmiddellijk weer wat een ongelooflijke plezier het is om daar te mogen staan. Het blijft een groot cadeau om die uitstappen te mogen doen.”
H.I. “Stel dat je in hier in Wilrijk schepen van cultuur zou zijn. Wat zou je willen veranderen?
N.S. “ Eerlijk? Ik heb de indruk dat het hier goed marcheert. Deze cultuurtempel in het centrum maar ook de vele festivals en projecten daarbuiten, in parken en op pleinen, ‘s zomers en ’s winters. De bewoners van Wilrijk worden gestimuleerd om hun stem te laten horen en ook om er actief aan deel te nemen, als vrijwilliger of via de verschillende amateurgezelschappen en organisaties. Ik vind jullie verhaal hier heel verbindend. Wat Wilrijk natuurlijk ook heeft, is dat het grote district wordt doorsneden door A12’s en andere begrenzingen. Het is voor pakweg bewoners van het Valaar een hele uitdaging om de rivier van die snelweg over te steken richting het centrum…”
“H.I. (valt Nico enthousiast bij)“Ik ben blij dat je dat zegt, het is één van de nagels waarop ik blijf kloppen. We moeten er voor alle Wilrijkenaren zijn, zeker ook voor zij die niet in het centrum wonen. Wilrijk is een optelsom van wijken met verschillende noden en behoeftes. In Elsdonk kom je andere bewoners tegen dan in Koornbloem, de demografie verschilt van wijk tot wijk. Je analyse bewijst dat je de band met Wilrijk niet hebt doorknipt.”
N.S. “Dat is zeker zo. Enerzijds omdat ik hier tot mijn 22ste heb gewoond, ik heb eerst Rechten gestudeerd en ben pas daarna naar De Studio gegaan. Na dat eerste jaar wilde ik dag en nacht in die wereld duiken natuurlijk, de magie van het Mechelseplein, Maar het blijft hier voor de melancholische mens die ik ben ook een fijne plek om terug te komen. Ik wandel hier met mijn vader, die er niet meer is, deze buurt hier hangt vol herinneringen aan school, liefdes, familie, persoonlijke verhalen die ik koester als waren het cadeaus. Ik leg natuurlijk ook een reservoir aan herinneringen aan in de Antwerpse buurt waar we nu wonen, maar die zullen nooit een gelijke mate aan onschuld in zich dragen als die uit mijn kinderjaren.”
H.I. “Tijd voor de laatste vraag. We vieren 50 jaar De Kern. Wat wens je jezelf en De Kern toe binnen pakweg 20 jaar?”
N.S. : “Dan hoop ik er nog bij te zijn, deels op het podium en deels in de zaal. Dan hoop ik dat het goed gaat met geliefden. Met De Kern ook en de vrienden die hier werken. Dan hoop ik dat het goed gaat met de Tutti’s en met ons gebouw en dan hoop ik dat ik nog vele verhalen heb kunnen vertellen die ertoe doen. De verhalen die er door de hectische mallemolen van ons bestaan steeds maar blijven liggen in een hoekje van de kamer. Misschien moet ik hier maar een schrijfplek aanvragen. Kunnen we dat regelen? Een plek waar ik mezelf verplicht naar toe te komen om die verhalen uit te schrijven die vandaag te weinig aan bod komen. “
H.I.: “Dat is bij deze geregeld. Dank voor het fijne gesprek.”